Sommige wijnen ontstaan door geduld en een beetje durf. Deze dessertwijn begint bij witte druiven met een van nature hoge aciditeit. Dat is precies wat een zoete wijn nodig heeft om levendig te blijven.
Gemaakt met de kracht van de kou
Na de pluk worden de druiven ingevroren en daarna geperst bij een temperatuur van -8°C. Het water in de druiven blijft als ijs achter in de pers, en alleen het geconcentreerde, suikerrijke sap komt vrij. Zo ontstaat een wijn met een intense zoetheid en een rijke, bijna zijdezachte textuur.
In het glas
Al bij het inschenken vallen de aroma’s op: rijp tropisch fruit, warme honing en een zachte toets van vanille. In de mond is de wijn zoet, maar dankzij de frisse zuren nooit zwaar of plakkerig. De zoetheid en de frisheid houden elkaar mooi in balans. De afdronk is lang en vol, en blijft nog even nazinderen.
Serveertip
Serveer goed gekoeld, rond 8 tot 10°C. Deze wijn past heerlijk bij desserts met fruit, crème brûlée of tarte tatin, maar ook bij blauwe kazen zoals roquefort of bij foie gras. Of schenk hem gewoon zonder iets erbij, als zoete afsluiter van een mooie avond.